Walravenshof - Lerop


Detail.van.kaart.ca.
1743.archief.Michiels
vKessenich, RHCL,
inv.nr..1649






Laatst gewijzigd: 01-09-2012 © Jan Ruiten

WALRAVENSHOF
(Voorheen: 51° 10' 05" N - 5° 59' 23" O. Nu: 51° 10' 00" N - 5° 59' 24" O.)

Naast de Hof te Lerop, beter bekend als Jongenhof, was er lange tijd sprake van Walravenshof. Een nadere omschrijving van de boerderij en de goederen kon tot nog toe niet gegeven worden, omdat de papieren hierover in de loop der tijd verloren zijn gegaan. Bij toeval zijn er dan toch nog enkele lossen stukken opgedoken, waardoor alsnog een nadere beschrijving van de boerderij mogelijk is gebleken. Ook zijn er gegevens aangetroffen over een proces begin 17e eeuw over de eigendomsrechten van de boerderij. (Zie ook: Jan Ruiten, Lerop (3) in Roerstreek '98 blz. 113 e.v.)

Walravenshof was een afsplitsing van de Hof te Lerop, zoals meer huizen van deze laathof waren afgescheiden, tegen betaling van een jaarlijkse cijns. Volgens een opgave uit 1473 was deze laathof voor 38 bunders leenroerig aan de hertog van Gelder.

De overige grond was vrij eigen goed van de eigenaars. Hiervan zouden zo'n 25 bunders zijn afgemeten en samen met andere grond zijn uitgegroeid tot Walravenshof. De boerderij was belast met een jaarlijkse cijns van 5 vaten rogge, 16 kapoenen en 38 penningen.

Ergens midden 16e eeuw werd de hof in twee partijen gesplitst. Deze pagina handelt over het verdere verloop van de boerderij met de helft van de landerijen, tot de gedwongen verkoop in 1651.

 

In november 1651 werd de helft van Walravenshof te Lerop bij openbare zitting met de kaars verkocht. Omdat enige grond was gelegen over de limietgrens met Herten, is een afschrift van het grondbezit bewaard gebleven in het (omvangrijke) archief van de vrijheerlijkeid Daelenbroeck. Volgens de schatlijsten van Herten, waren dat altijd nog zo'n 15 tot 18 morgen land.

De volgende posten noemen steeds de helft van het hele perceel. De regenoten, de akkers aan weerszijden, zijn niet ingevuld. Op het eind van de regel staat de grootte van de hele post in morgentalen vermeld. Het geheel komt dan uit op zo'n 40 bunders.


GAR: archief vrijheerlijkheid Daelenbroeck, inv.nr. 270 (fiche 371)

Op 24 november werd bovenstaande helft, ter grootte van zo'n 20 bunders, land en weide, met de hofplaats bij opbod verkocht. Het is een los stuk dat zich bevindt in het archief van Daelenbroeck. Verdere bijzonderheden ontbreken.

Onlangs heeft het gemeente-archief te Roermond meerdere dozen en pakken ongeordende stukken terug gekregen, die verweesd in Maastricht waren achtergebleven. Tussen deze bescheiden, bevinden zich ook enkele papieren die melding maken van een proces uit die tijd, over de nalatenschap wijlen Aret Laumen van diens goederen te Lerop. Uit zeker stuk blijkt, dat het daarbij handelt om (de helft van) Walravenshof.

Uit bovenstaande beschrijving blijkt, dat het aantal morgentalen van de hele hof aanzienlijk meer was dan vermeld staat in het derde artiekel over Lerop in Roerstreek '98.

Op de een of andere manier waren Henrick Hecx, wederdoper te Aken, en zijn zuster Agnes enerzijds, naar eigen zeggen voor 2/3 deel gerechtigd in de goederen. Hun neef Peter van Lin pretendeerde dat hem de helft van de goederen toekwam.

Beide partijen hadden in 1643 door tussenkomst van een bemiddelaar aan de huisarmen van Roermond een rente van 50 gulden vermaakt, komende uit de inkomsten van de helft van Walravenshof. Af te lossen met een kapitaal van 1000 gulden. Deze rente is waarschijnlijk nooit betaald. De zaak werd voor de Kanselarij van het Hof van Gelder gebracht. Omdat de beklaagden elders woonden, werd het Hof verzocht daartoe te Aken de nodige stappen te ondernemen.

Uit een ander stuk blijkt hoezeer een goed in die tijd belast kon zijn met erfpachten en cijnzen aan meerdere partijen. De rentmeester van het ambt Montfort inde jaarlijks 2¾ hoen, 7 kop haver, en 16 eieren.

Aret Puijtlinck als eigenaar van de laathof inde uit Walravens goed 8 zilveren daalders. Daarvan zou Helwich van Wessem de helft krijgen. Verder behield hij uit het hele goed 16 kapoenen, 5 vaten rogge en 36 cijnspenningen. Aan het huis Daelenbroeck was jaarlijks een malder haver te leveren voor het land op het Steckveld en aan de Bremmenberg onder Herten.

 

 

 

 

 

 

 




Kaartje uit het erfpachten-register van Daelenbroek: het perceel afkomstig van Walravenshof,
toch nog ruim 800 roeden (zo'n 175 are) groot, met de last van een erfmalder rogge.
(GAR, bruikleen uit privé-bezit.)

Wegens een lening van 200 rijksdaalders was Walravens goed belast met een rente van 7 daalders aan de licentiaat Johan Spee. Zo waren er nog andere burgers, die geld op de hof hadden uitstaan. (GAR: ongeordende stukken afkomstig uit het archief te Maastricht.)

Voornoemde cijns aan het huis Montfort was in 1551 te betalen door Walraven van der Linden, van zijn goed afkomstig van Jacob Ludolffs, ook wel het Trijnen Schoilmeisters goed genoemd. Naderhand blijkt het goed dan op naam te staan van Arett Laemen.

Met gegevens die indirect met het voorgaande in verband staan, is nog het een en ander te reconstrueren. Naast de huisarmen van Roermond, was ook het armenbestuur van Opitter sedert 1617 gerechtigd in zekere inkomsten of renten uit Walravenshof: "alsmede voor die armen van Opitter", staat in de aanhef van het schrijven aan de Kanselarij.

In september 1686 deed Jan Laemen uit Opitter afstand van zijn rechten in zeker huis aan de Zoutmarkt te Roermond, ten gunste van zijn twee kinderen. Diezelfde dag verkochten Ahret Lamen van Opitter en zijn zus Anna hun aandeel in het huis.

Meer gegevens zijn er voorlopig over deze Ahret Laemen uit Opitter niet te geven. Gezien de betrokkenheid van het armenbestuur in zijn woonplaats, is het meer dan aannemelijk om hem als te identificeren met de gelijknamige eigenaar van Walravenshof. Enige verwantschap met zijn erfgenamen is daarmee echter niet te geven.

Over de wederdoper te Aken en diens neef is meer bekend. Hun roots blijken in Roermond te liggen. Hun voorouders werden in een grijs verleden, in 1569/70 uit de stad verbannen, samen met andere wederdopers. Hun goederen werden in beslag genomen. Enkele jaren later kregen de meesten een generaal pardon.

Ook de verwantschap tussen Peter van Lin en Hendrick Heckx is terug te vinden aan de hand van de huizen die hun (voor)ouders in Roermond hadden verworven. Naderhand heeft de familie in Heinsberg en Aken haar heil gezocht.

Tot de wederdopers die in 1569/70 de stad hadden verlaten werden ook genoemd Hendrick Bijns met zijn vrouw Marie en Leonard Bijns, getrouwd met Naele. Het betreft hier te gaan om aliasnamen en dan komen we terecht bij de broers Hendrick en Leonard Heckx, getrouwd met resp. Marie en Naele. Deze naam verwijst naar de plaats Hex in Belgisch Limburg.

 

In februari 1569 wist Leonard Heckx nog met succes beslag te leggen op de goederen van Aeleith, weduwe van Thoniss Walraven. Enkele jaren daarvoor, in december 1564, liet Walraven van der Linden, schepen te Roermond, vastleggen, dat zijn ouders een jaarcijns hadden uitstaan op de hof van Henrich Heckx te Lerop, afkomstig van diens ouders Anthoin Heckx en vrouw Alverecht. Nu genoot hijzelf de opbrengst..(GAR.Archief Hoofdgerecht inv.nr. 311.)

Leonard Heckx is voor november 1600 gestorven zonder lijfserven na te laten. Zijn weduwe vermaakte haar huis aan de kinderen van haar zwager Hendrick Heckx. Dat waren Barbara, uit diens eerste huwelijk, en Abraham, haar halfbroer uit tweede huwelijk. Hun vader was hertrouwd met Mettele van Lin.

Barbara was al getrouwd met Peter van Lin, toen haar vader, na gezamelijk beraad, in maart 1585 liet vastleggen, dat zijn nazoon gelijk met zijn voordochter in de goederen zou delen. Uit haar huwelijk zijn vijf kinderen bekend, waaronder Peter jr. als oudste zoon. Hij is identiek met voornoemde Peter van Lin, mede-erfgenaam van Arett Laumen. Zijn neef en nicht te Aken, met name Henrich en Agnes waren kinderen van Abraham Heckx en vrouw Marie.

Peter van Lin en vrouw Barbara waren rijkelijk gegoed in Roermond en elders. Het huis in de Neerstraat, afkomstig van hun oom Leonard Heckx, werd vrijwel direct verkocht. Verder was er nog het huis In Gen Croen in de Minderbroederstraat met brouwhuis, stalling, schuur, tuin en mistplaats. Daarnaast had het echtpaar nog een huis in Brugstraat en een lege huisplaats in de Swalmerstraat.

Het gezin van Peter van Lin woonde in Heinsberg. Voor en na werden de goederen in Roermond verkocht. Barbara kon het geld goed gebruiken. Haar man was wegens kundiger sinnen- en heufftzschwaickheidt niet meer bij machte nog zelfstandig te handelen. (GAR: archief Hoofdgerecht inv.nr. 312.)

Tezelfder tijd deden Abraham Hecx, de gebroeders(?) Jan en Joachim aen gen Eynde, elk voor zijn aandeel en voor het derde deel van Peter van Linne, crancsinnich, en diens vrouw Barbara, afstand van het kluppelleen Op gen Leen onder Echt ten behoeve van Hans van der Ae. (RHCL: archief kasteel Baarlo inv.nr. 52.)

De overeenkomst die in 1643 werd gesloten tussen Hendrick Heckx, zijn zus Agnes en hun neef Peter van Lin met consorten enerzijds en de provisoren van de huisarmen in Roermond, zou al snel gedoemd zijn te mislukken. Namens het armenbestuur werd in november 1651 de helft van de zogenaamde Walravenshof te Lerop verkocht.

De nieuwe eigenaars van de boerderij met de helft van de landerijen waren Geurd Vossen en vrouw Mechteld Voss, burgers van Roermond.

Detail.van.kaart.uit.
het.archief.van.het.
Kathedraal.Kapittel.
in.het.RHCL,.ca..1730.