Laatst bijgewerkt: 10-08-2020

MESTROM

MESTEROM

MAISTREHOMME

 

Familienamen, afgeleid van persoonsnamen en beroepen, ofwel van de plaats van herkomst, zijn merendeels wel te verklaren. Het zijn geen familienamen, die men zichzelf gaf. Het was eerder een naam zoals in de wandel, onder buren of onder plaatsgenoten bleef hangen en vervolgens door de familie werd overgenomen. De kinderen van Jan Peters uit Montfort, de timmerman, woonachtig in Vlodrop, kunnen daar bijvoorbeeld vernoemd worden als “van Montfort”, of Janssen, dan wel Peters, maar ook nog als de kinderen Timmermans. Zo zijn er nog vele voorbeelden te geven.

Maar wat te doen met een achternaam, waarmee men geen raad weet? Die niet verwijst naar een herkenbare plek, of enige andere naam. Ook niet als huisnaam, want dat zou ook nog kunnen.

In dit geval betreft het de familienaam Mestrom en varianten. Mesterom, of zelfs Mestrum kwam ook wel voor. Daar is geen plaatsnaam, geen herkomstnaam, geen beroep aan vast te knopen.

De genealogische lijnen gaan terug naar Maasbracht. Van hieruit verspreidde de naam Mestrom zich bij verhuizing naar Linne, de Roerstreek en richting Venlo. De tot nu toe oudst bekende persoon in deze stamboom is Johan Mestrom, koster te Maasbracht in de 17e eeuw. Hij zal niet de stamvader zijn geweest, maar zijn (voor)ouders zijn ons niet bekend.

Waar komt de naam Mestrom vandaan?
Enkele taalkundigen hebben zich erover gebogen. Misschien zou de naam een samenstelling van twee woorden zijn. In de vorige eeuw werden vanwege het toenemend stamboomonderzoek de kerkregisters betreffende doop, huwelijk en begraven alfabetisch op naam uitgetypt. In de klapper van de parochie Linne zijn de doopinschrijvingen aanvankelijk (1699-1719) als Maestrom genoteerd.

De toenmalige pastoor, Paulus Vossen, geboortig van Roermond, blijkt de enige te zijn, die deze spelling hanteerde. We zijn dan bij de derde of vierde generatie, mogelijk zelfs vijfde generatie. Zijn opvolger hield het op Mestrom.

Maar toch. Maes zou dan verwijzen naar de grote stroom die van zuid naar noord door en langs onze provincie stroomt. Dat is al iets. En (t)rom of (t)rum zou oud woord voor een ontgonnen stuk grond zijn. In dit geval dus aan de Maas.

De stamvader zou zich vernoemen als ontginner van een ruig stukje grond aan de Maas? Een familienaam kent geen gekunstelde samenstellingen. Die worden niet aan de keukentafel bedacht.

Een andere verklaring verwijst naar de Maas-stroom zelf. Nog steeds uitgaande van voornoemde spelling. Maar dan als familienaam? Familienamen zijn ontstaan om mensen te kunnen onderscheiden van elkaar in het dagelijks leven. De Maasstroom is van iedereen, zeg maar.

Daarbij komt, dat pastoor Vossen ook geen Maestrom noteerde, maar de “latijnse spelling” gebruikte, namelijk met æ. Dus Mæstrom, waarbij æ wordt uitgesproken als het Franse ai. Dus niet als Maastrom.


- uit doopregister Linne: Catharina d.v. Jois Mæstrom en Arnoldæ, echtelieden -

Een verbastering van Maas naar Mes is trouwens erg ongeloofwaardig. Zeker wanneer het al in zo'n vroeg stadium -eerste helft 17e eeuw- zou gebeurd zijn, namelijk als Mestrom of Mesterom; zoals te zien is in de akten van de schepenbank Maasbracht. In de kerkregisters aldaar als Mestrum, voor het eerst in 1679.

Johan Mestrom, koster...
Midden 17e eeuw was Johan Mestrum koster in de parochie Maasbracht. In 1652 was hij daarnaast ook schatheffer, die de plaatselijke belastingen inde. In augustus dat jaar liet hij beslag leggen op de roerende en onroerende goederen van Jan Peters en zijn moeder, wegens “resterende schatpenningen”. Datzelfde jaar, eveneens in zijn functie van schatheffer, liet hij tot drie keer toe arrest leggen op de goederen van de pastoor te Linne. (RHCLM 01.016 schepenbank Echt inv.nr. 34.)

Johan Mestrum was getrouwd met Catharina Niessen. Begin 1653 kocht het echpaar, samen met Willem Nielissen een stuk land in het Cruchterveld te Maasbracht.

In mei 1662 verkoopt het echtpaar Baeten-Philips “een hoffstadt ende schuijre” aan mr. Jan Mestrum ten behoeve van diens zoon, ook Jan Mestrum genoemd. Het huis was belast met een cijns van vijf(tien) stuivers aan de kerk van Maasbracht. In de kantlijn staat nog vermeld de huisvrouw van Jan Mestrum jr., met name Derickxken Symons.

Een half jaar later kochten Jan Mesthom (!) en zijn vrouw Catharina Nijssen een akker in het Cruchterveld. In maart 1664 was opnieuw sprake van Jan Maisthom, die arrest liet leggen op goederen van wijlen Peter Vercoulen.

In het bovenstaande zien we twee generaties. Koster en schatheffer Jan Metrum sr., getrouwd met Catharina Niessen, en Jan Mestrom jr. en vrouw Dirckske Symons. Huis nr. 8 op de kaart tegenover de kerk is van Johan Mestrum. (Detail van grotere kaart. Zie: http://www.janruiten.nl/klockenslagh/varia/Maasbracht.htm)

Een alternatieve verklaring...
Wars van bovenstaande theorieen lijkt me de naam Mestrom of Mesterom eerder als een verbastering van Maistrehomme. Deze naam is van oud-Franse origine, net als bijvoorbeeld Gentilhomme.

Terwijl in Frankrijk in woorden als hostel, chastel en maistre de s niet meer werd uitgesproken, veranderde voor en na ook de spelling van die woorden tot hôtel, château en maître. Vergelijk ook hôpital (hospitaal) en côte. Spaans: costa.

In Maasbracht bleef het evenwel bij Maistrehomme, uitgesproken en genoteerd als Mestrom, of Mesterom. In Frankrijk zelf werd dat al gauw Maîtrehomme als familienaam. Maar misschien ook niet zo snel. Sommigen bleven nog aan de oude spelling vasthouden.

Ook leuk bedacht. Maar hoe bewijs je die stelling? De naamdrager noemt zich Maistrehomme en de schrijver noteert Mestrom. Dan moet het toch wel duidelijk zijn, lijkt me zo. Inderdaad. Zo dus.

 


- notarisakte: Thomas Mestrome -

Meer dan zomaar een vermoeden...
Een passend voorbeeld van bovenstaand betoog is te vinden in een notarisakte, opgemaakt in december 1632. De Rotterdamse notaris noteerde toen de naam van de 23-jarige declarant, militair in het Franse leger, als Thomas Mestrome. De compagnie was kort voordien nog voor Maastricht gelegerd. Deze jonge adelborst ondertekende zelf in zwierige letters met T. Maistrehomme. Evenals zijn broer(?) Pierre Maistrehomme.

Zo zal het ook in Maasbracht gebeurd zijn. De eerste Maistrehomme die in de streek zijn woning vond, zal de grootvader van voornoemde koster zijn. Mogelijk nog een generatie eerder. In de wandel werd de naam uitgesproken als Mesterom en Mestrom. En zo werd vervolgens de naam door de pastoor bij doop, huwelijk en begrafenis opgetekend. En komt de naam in de afgeleide vorm voor in de stukken van de schepenbank, inclusief enkele variaties in de spelling.


- ondertekend door T. Maistrehomme en Pierre Maistrehomme -