Herberg van Roumen - In het Reutje






































































Laatst bijgewerkt: 08-03-2012 © Jan Ruiten

DE ZANDJBOER

Wie het verhaal van de "zandjboer" zoekt, ken beter doorscrollen naar beneden. In maart 1910 kocht Hubert Roumen het huis aan het begin van de huidige Sint-Petrusstraat. Daar hield hij herberg, zoals voordien in zijn huis op het Zand. Dat huis heeft er maar kort gestaan.
Daarom beginnen we het verhaal metde voorgeschiedenis van deze huisplaats aan de Mert. De grond is tussen 1800 en 1900 als akker in gebruik geweest. Van doorlopende bewoning is dus geen sprake.

Marie Beckers
De boerderij van wijlen Jan Gerats was naderhand overgegaan op (de erven van) zijn zuster Marie, die in november van dat jaar trouwde met overbuurman Jan Daemen. Haar erfdeel in huis en hof alsook enkele stukken land en broek gingen over op hun dochter Marie Daemen (1688-1758), die in eerste huwelijk trouwde met Peter Beckers. Uit dit kortstondige huwelijk werd hun dochter Marie (1713-1779) geboren.

Kort na de geboorte moet Peter omstreeks 1715 gestorven zijn. De weduwe Beckers hertrouwde daarop in januari 1716 met Jacob Leyendeckers (1687-1762). Vermoedelijk was deze een zoon van Jacob Leijendeckers en Maria Raetsen uit Montfort. Voorlopig deed hij het rustig aan en boerde Jacob evenals de meeste keuters in het Reutje met slechts twee koeien op stal. Dat is evenveel als het aantal morgentalen, dat zijn vrouw mee in het huwelijk had gebracht.

In april 1717 werd vastgelegd, dat de kleine Marie “gelijk zal optrekken” met de kinderen Leyendeckers. Tien jaar later vertrok het gezin naar Echt. En weer twintig jaar nadien, in december 1757, nam het echtpaar de halfwinning op de Kleine Diergaard over. Deze pachthof was in handen van de jesuïeten. Toen zij op de boerderij ging wonen, liep Marie Daemen al tegen de zestig! Haar zoon Jacob (1719-1799) was omstreeks 1750 met zijn vrouw Margaretha Wulms naar Maasniel verhuisd. Zij hadden Bosmanshof aan het Gebroek gepacht.

Marie Beckers was met haar ouders naar Echt verhuisd. Daar trouwde zij in oktober 1733 met Jan van Cruchten (1707-1749). Ook hij kwam oorspronkelijk uit Sint-Odiliënberg. Zijn ouders hebben een tijdlang op Saps geboerd tot de brand in 1726. (Het jongste kind van Hendrick van Cruchten en Gertrudis Jansen werd in augustus van dat jaar in Echt gedoopt.) Het jonge paar is kort na het huwelijk in het Reutje gaan wonen. Aanvankelijk was dat in het huis vooraan in de straat. Huis en hof stonden op naam van haar stiefvader, en later diens zoon: Jacob Leijendeckers.

Jan begon met twee koeien in de stal. Hij trok meerdere kalveren aan. Tien jaar later werd hij voor zes koebeesten aangeslagen. Hij zal dus wel de nodige akkers gepacht hebben. Op het erf stonden 8 bijenkorven. Uit dit huwelijk werden zes kinderen geboren.

Zoon Hendrick (1736-1810) trouwde naderhand met Cornelia Terbecks uit Birgelen. Hendrick van Cruchten verdiende de kost als akkerman en strodekker. In 1761 kocht hij de boerderij van de weduwe Smeets aan de Aerwinkelsweg. Kort daarvoor was zijn zus Marie (1738-1788) getrouwd met kleermaker Winckens uit Karken. Naderhand bouwden zij hun huis op de Roskam.

Ook Jacob van Cruchten (1750-1791), die zijn vader niet meer gekend heeft, had naderhand nog uit erfenis enkele akkers in het Reutje. Hij was getrouwd met Aldegonda Leunings. Omstreeks 1783 keerde het gezin vanuit Posterholt terug in de gemeente. Aldegonda had namelijk de herberg onder in het dorp van haar ouders geërfd. Sindsdien verdiende Jacob hier de kost als waard in “De Drie Kronen”.

Marie Beckers hertrouwde in september 1750 met Willem Buysers (1708-1753) uit het Reutje. Hun zoon Hubert werd in 1781 aangesteld tot gerichtsbode. Sindsdien woonde hij met vrouw en kinderen in het bodehuis in het dorp.

In derde huwelijk trouwde Marie Beckers in juli 1755 met Nijs Stox (1723-1792) uit het Reutje. Hun dochter Margaretha Stocks trouwde met Winand Linssen, zoon van Daswijlerhof. Zij gingen aan de Aerwinkelsweg wonen. Nijs Stox had zeker 5 morgen land op z’n naam staan. Een deel hiervan zal wel afkomstig zijn van zijn voorgangers.

In 1789, tien jaar na het overlijden van zijn vrouw, had Nijs nog zo’n 15 morgen onder de ploeg. Hij zal er dus wel akkerland bijgepacht hebben. Het merendeel der akkers was bezaaid met rogge, boekweit en haver, maar ook met gerst en erwten. Nadien moet een groot deel van de akkers verkocht zijn. Het aantal koeien was teruggebracht op vier. Daarnaast hield hij nog 3 schapen. Nijs deed het nu wat rustiger aan. De (stief)kinderen waren toen immers zelf onder dak. Na zijn overlijden werd de boerderij verhuurd.

Marie stierf eind 1779 aan een besmettelijke koorts, waaraan zeven personen bezweken, o.a. de overburen: het echtpaar van Helden.

Marie Leyendeckers (1716-1783) is korte tijd later haar halfzus naar het Reutje gevolgd. Zij trouwde in mei 1739 te Echt met Anton Wolters (1718-1767), zoon van de pachter op Munnichsbosch. Volgens de schatlijsten uit die jaren, zou Wolters toen in het huis van Leijendeckers zijn gaan wonen, terwijl Jan van Cruchten verhuisde naar het huis ernaast. Tot 1740 heeft daar het gezin Beulen gewoond. Zo’n tien jaar later vertrok Anton Wolters met vrouw en kinderen naar Echt. Of hij tussendoor nog in het huis van Geraets is gaan wonen is niet helemaal duidelijk. Nog in 1750 werd Theunis aangeslagen voor drie koeien en twee kalveren. Kort daarop is hij vertrokken. Toch zal het nog wel enkele jaren geduurd hebben, alvorens hij de pacht op Diergaard overnam. Dat hij daar is gaan wonen, weten we uit een notitie in het bunderboek. Daarin werd bij een akker in het Reutjesveld aangetekend: “wed. Anton Wolters op Diergaard”.

Nadat het gezin Wolters naar Echt was verhuisd, werd het huis in “dat straetjen” verhuurd aan (hun nicht?) Marie Wolters. Zij was in juni 1748 getrouwd met Peter Lengers, soldaat te Montfort. Na het overlijden van haar man begin 1757 bleef de weduwe Lengers hier nog geruime tijd wonen tot uiterlijk 1770.

 

DE HERBERG VAN ROUMEN
De Zandjboer

Dit is het kortste verhaal van de hele website. De herberg van Roumen is op geen enkele kaart te vinden. Langer dan een mensenleven kort kan zijn heeft het huis er ook niet gestaan: Op 't Zandj, achter het Brentje. Hier het relaas.

In 1904 liet Odilia Tits hier aan het begin van de (Sint Petrus)straat een huis bouwen. Zij had de tuin eerder dat jaar gekocht van pastoor Wolters te Smeermaas (B.). De priester had de tuin verworven uit familiebezittingen. Odilia Tits kwam hier wonen met haar moeder. De vrouwen hadden enkele akkers ter grootte van 90 are gepacht. In de stal stond een koe en verder hielden zij er nog twee varkens op na. Of de twee vrouwen voor de akkerwinning een knecht hadden gehuurd, is niet bekend. Na het overlijden van de weduwe Tits in maart 1910 heeft haar dochter de boerderij verkocht aan Hubert Roumen. Voorheen woonde het gezin van Roumen verderop in de straat.

In ‘t Zand
Waarschijnlijk is er in het Reutje geen andere huisplaats geweest met zo’n korte geschiedenis als de herberg “in ‘t Zand”. Ooit stond hier in de bocht van Reutjes veestraat, dicht bij het Brentjen het huis van de familie Roemen. In 1820 stond de akker nog op naam van de Domeinen, omdat de grond, evenals het Munnichsbosch oud-kloostergoed is geweest. Links en rechts lagen de akkertjes van de keuters van het Reutje. Naderhand staat het stukje grond, ongeveer een halve hectare groot, op naam van Andries van Mulbracht, advocaat te Roermond en eigenaar van o.a. de Aerwinkel. De grond ging over op zijn schoonzoon dhr. P. Geradts, rechtbankvoorzitter te Hasselt.

In 1858 vond een grondruil plaats tussen Geradts en Jan Smeets, inwoner van het Reutje aan de Aerwinkelsweg. De landbouwer kreeg twee percelen land, samen 49.60 are groot, in ruil voor 60.45 are land elders in het Reutje. Tien jaar later ging hiervan 15.70 are over op diens schoonzoon Jan Cuypers. Deze bleef weliswaar wonen op de boerderij van Smeets, maar het huis werd verkocht aan zijn zwager op Linssenhof.

In 1891 liet Cuypers hier op 't Zand dus een huis bouwen, waarschijnlijk ter gelegenheid van het huwelijk van zijn jongste dochter Odiel met Hubert Roumen uit Wessem. Zij begonnen er meteen een herberg.

In vroeger tijden gold, dat herbergen gedurende de vastentijd gesloten bleven en eerst met Pasen weer open gingen. Of dit op het einde van de negentiende eeuw nog steeds zo was, weet ik niet. Maar het was ondertussen wel gebruikelijk om dan veel volk te trekken. Dat gebeurde door een “eierentikkerij” te organiseren. Enkele herbergiers adverteerden ermee in de krant. Waarschijnlijk trok de herbergier op de Roskam daarbij het meeste publiek, maar ook Roumen op het “Rötje, in ‘t Zand” organiseerde in 1892 dit volksvermaak. De uiteindelijke winnaar mocht een prijs in ontvangst nemen.

Uit De Nieuwe Koerier dd. 09-04-1892.

Eerst rond de eeuwwisseling verwierf het echtpaar Roumen huis en hof in eigendom. In augustus 1907 beleende Bair Roumen huis, schuur, stal en de akkers voor 165 gulden bij Julius Funcken in Roermond. Naast de 12 are eigen land had Hubert nog 120 are bouwland gepacht. In de stal stond een koe met haar kalf. Buiten op het erf werden slechts vijf kippen geteld. In 1912 liet Roumen het huis alweer slopen en sindsdien werd de grond opnieuw als akker gebruikt. Het gezin verhuisde toen naar het begin van de straat. Ook daar begon Roumen een herberg tot zijn vertrek in februari 1925 naar Putbroek.

St.-Petrusstraat 1
Toen kwam hier aan het begin van de straat het gezin van Mathis Hendriks wonen. Hij was enkele jaren daarvoor getrouwd met Mechteld Jeurissen uit Posterholt. Mathis zelf was afkomstig uit het dorp. Hendriks zette de herberg voort. Dat blijkt o.a. uit een advertentie uit 1928. Voor zover bekend kreeg het echtpaar zeven kinderen. Huis en hof heeft hij niet in eigendom verworven. Hij kocht de boomgaard aan de overkant van de weg. Daar bouwde hij zijn eigen huis met winkel.
Vanaf juni 1931 woonde hier herbergier Jacob Hoks met vrouw en kinderen. Dat was dus naast de ouderlijke woning aan de Aerwinkelsweg. In die tijd diende het café ook als verenigingslokaal van de plaatselijke fanfare St. Wiro. In juli 1937 kocht Hoks een huis aan de Reutjesweg.

Eerst drie jaar later trok hier de familie Rutjens in, althans volgens de gegevens uit de bevolkingsregisters. Mogelijk was het huis in slechte staat gekomen? Voorheen heeft het gezin gewoond in het huis van de erven Rijks aan Uylenbosch. In april 1940 ging daar schoonzoon Jan Roumen (1890-1974) wonen en Rutjens verhuisde toen naar het huis van de familie Roumen aan het begin van de St.-Petrusstraat.

Rond 1950 gingen huis, tuin, schuur en stal, samen 8.15 are groot, over op Graad Roumen (1923-1996), zoon van de “Zandjboer” aan Uylenbosch. Graad verdiende toen de kost als houtbewerker. Hij was getrouwd met Margaretha Hendriks.


Fanfare St. Wiro voor café Hoks, Sint Petrusstraat.
(Uit foto-album Jack Hoks, Reutje.)