Roskammerheide - In het Reutje




Roskam 4
(Foto Wiel Daemen)








Rechts:
Roskammerheide ca.1810.
van midden-boven naar de Roskam: de oude Gulickerweg. Links het voormalige St. Jozefsbos.
(Tranchotkaart, detail)

























Rechts: Verdeling van de Roskammerheide e.o.
Rechtsonder de huizen van Jan vdBeek en van Schoenmakers. De route van de Gulickerweg werd daarbij verlegd.
(Detail kaart notaris H.A.Milliard Roermond, 1823-nr.179.)


































































































































































































 














Helena Daemen-Cloudt











 

Laatst bijgewerkt: 12-02-2012 © Jan Ruiten

Rond 1800 lag er achter de Roskam nog een klein heidegebied dat uitliep tot aan het Sint-Jozefsbos, ex-jezuïetengoed. In augustus 1823 ging de gemeente ertoe over om een groot deel van de gemene gronden te verkopen, o.a. de Berger- en de Roskammerheide. De woeste gronden werden afgepaald en de percelen werden bij opbod verkocht. Zodoende kregen de boeren de kans hun grondbezit uit te breiden. Sommige akkerlieden hebben daarvan gebruik gemaakt. Maar ook anderen. En naderhand zien we, dat het grootgrondbezit toch weer op grote delen beslag wist te leggen. Heidegrond, die de boeren met moeite tot land hadden gebroken, moest naderhand noodgedwongen weer doorverkocht worden. Veel percelen werden met dennen beplant. De grond was dus toch minder geschikt voor de akkerwinning.

Om tegen het grootkapitaal te kunnen opbieden hadden enkele boeren zich samengepakt. Zo verwierven Dirk Stoks en de gebroeders Cuypers samen een stuk heide voor 36 gulden. Peter Janssen, Jan en Wiro Cloudt en Peter Eysbruggen legden tesamen 73 gulden neer voor een kavel van een bunder groot. Aanvankelijk kreeg elk hiervan zijn deel, maar naderhand wist Jan Cloudt het merendeel op te kopen. Omstreeks 1880 staan hier alweer vijf huizen, verdeeld over de erven Cloudt.

Op de Tranchotkaart van omstreeks 1810 lopen hier wegen en paden dwars door het heidegebied. Op de kadasterkaart van zo’n dertig jaar later zijn deze wegen nog vaag te herkennen. Voor de Gulickerweg, die sedert aloude tijden onder de naam Aeckerweg langs het Reutje voorbijliep, had men omstreeks 1800 een andere route gevonden. Bij de verkaveling van de heide zijn nieuwe wegen aangelegd.


Situatie volgens kadasterkaart 1843.
Men ziet nog vaag in dubbele stippellijn de oude Gulickerweg komende van linksboven.

Een huisje op de heide
Eerst begon Jan Cloudt met een stukje grond te rooien aan de Heidestraat. Toen was dit nog de Brachterweg vanuit het Reutje. Daar timmerde hij een nieuw huis met een waterput op het erf. De overige grond werd tot akkerland gebroken.

Jan Cloudt (1785-1867) was in september 1814 te Melick getrouwd met Christien Thevissen (1789-1858) uit Herkenbosch. Het gezin Clout was hier voor 1829 gaan wonen. Voor de akkerwinning had Jan twee koeien en een varken. Daarnaast werkte hij tevens als houtzager. In 1843 had hij van het oorspronkelijke perceel ¾ deel in eigendom, bestaande uit huis en tuin (4.70 are), akkerland en nog een klein deel heide. (Zie tekening.)

Zijn broer Wiro had het overige kwart toen ook al ontgonnen. Weliswaar zou hij hier in 1855 eveneens een huis bouwen, maar hij is er zelf niet gaan wonen.

Vier jaar later rooide Jan de laatste stukjes hei. Voorheen had het echtpaar Cloudt een kwart van zijn bezittingen vermaakt aan zoon Willem, die het langste bij zijn ouders was blijven wonen. Dat zou dus niet ten koste gaan van zijn kindsdeel in de goederen. Ik vermoed, dat deze wilsbeschikking naderhand weer herroepen is: de vier kinderen blijken elk voor een gelijk deel berechtigd te zijn.

Enkele jaren na het overlijden van zijn vrouw verkocht Jan Cloudt de oude de onverdeelde helft van zijn huisje in de Roskammerheide met tuin en bouwland, geheel groot 72.55 are, voor (slechts) 80 gulden aan kandidaat-notaris Alphons Schieffer te Roermond. De nood moet groot geweest zijn. Weliswaar behield Cloudt het recht van terugkoop binnen vijf jaar, maar daar heeft hij geen gebruik van gemaakt. Los daarvan werd het ouderlijk huis in maart 1868 door de vier kinderen voor 200 gulden verkocht aan Hendrik Daemen. Zo’n zeven jaar later werden er nog drie huizen gebouwd aan de Veldweg op de Roskammerheide.

De wederhelft van de goederen bleef nog ruim veertig jaar in onverdeeld bezit van de erfgenamen Cloudt-Theuwissen. De meeste kleinkinderen zijn dan al naar elders verhuisd: o.a. naar grensgemeenten in het Duitse en naar Linne en Montfort.

De grond werd toen opnieuw afgepaald in vier stukken, elk 8.25 are groot en drie keer bestaande uit huis met tuin. (Het vierde huis was al eerder verkocht.) De vijfde post werd gemeten op 22.55 are land. De stukken werden bij opbod verkocht. De nieuwe eigenaars waren in feite de bewoners zelf: Peter Daemen, Hendrik van der Vorst en Willem Muizers. De bezittingen bleven dus in de familie.

Rentenier Schieffer was weliswaar berechtigd in de helft van de koopsom van netto f.428, maar nam genoegen met f.96. Het overige geld werd in vier gelijke bedragen verdeeld. Voor Marie Fieten te Montfort, enig kind van het echtpaar Fieten-Cloudt, was dit dan f.83 gulden. Haar neef Jan Cloudt, eveneens te Montfort, kreeg nog geen 14 gulden in het handje. Hij kwam immers uit een gezin van zes kinderen.

Mogelijk zal de een of ander wel gemord hebben na de verkoop van het gemeenschappelijk bezit. In 1897 werd de totale waarde nog geschat op 900 gulden. Dat was dus beduidend meer dan de bruto-opbrengst van f.581. En die ene gulden stond voor de akker, die Herman Giesbers had verworven. Voorheen was de grond onder de deelhebbers reeds afgepaald. De gegevens uit het notariële stuk komen niet overeen met de aantekeningen in de kadastrale leggers.

Het ouderlijk huis
In maart 1868 verkochten de kinderen Cloudt huis en tuin aan Hendrik Daemen voor 200 gulden. Daarbij werd uitgemaakt, dat Daemen het voetpad over het land van Cloudt naar de grote kerkweg mocht benutten. De waterput bleef voor gemeenschappelijk gebruik en zou door beide partijen onderhouden worden. Hendrik Daemen was in mei 1862 getrouwd met Maria Catharina Reynders. Het echtpaar Daemen kwam toen met de drie kinderen op de Roskammerheide wonen.

Theodorus Daemen (1871-1931), "Deurke", ging als jongeman in Wichradt werken. Het valt op hoeveel jongelui naar de Duitse grensstreek trokken om daar de kost te verdienen als knecht, dienstmeid of arbeider. Deurke trouwde in april 1900 met Mechteld Valkenburg (1871-na1940) uit Posterholt. Hij nam het ouderlijk huis aan de Heidebaan over.

Tot dien was de boerderij verhuurd aan het echtpaar Muysers-Bonné. Huis, tuin en akker werden vereend tot een perceel van 8.50 are groot. Kort daarop werd het huis enkele keren verder uitgebreid. In 1916/17 werd opnieuw enkele aanbouw ter hand genomen. Daarnaast had het echtpaar nog ruim 80 are akkerland. Daarnaast had de akkerman nog 60 are land gepacht. Dat was in 1910. Toen werden twee koeien en drie varkens bij hem geteld en twaalf kippen.

Naast zijn werk op de akkers kon men Deurke geregeld in de velden tegenkomen in zijn functie van jachtopzichter. Juist in die tijd dat hij zijn grondbezit zou uitbreiden tot ruim anderhalve hectare. De helft daarvan lag naast zijn huis en was aangekocht van de erfgenamen Janssen van de Roskam. Het echtpaar kreeg zes kinderen. Bij de erfdeling in 1938 gingen huis en hof over op de jongste zoon Harie (1915-1978), terwijl zijn moeder het vruchtgebruik behield. Daemen verhuisde naderhand naar de Waarderweg in Montfort. Daar(?) trouwde hij met Catharina Maessen.

Omstreeks 1960 ging het huis en een deel van de akker -samen 37.90 are- definitief over op Martin Timmermans. Hij verdiende de kost als stucadoor. In 1967 liet hij het huis nog verbouwen, maar twee jaar later vertrok hij naar zijn geboorteplaats Helden.

a. zoon Jan
Jan Cloudt (1815-1897) had in 1846 met zijn zwager Theod. Muysers het huis van de erven van Helden tegenover Linssenhof gekocht. Dat was naderhand wel behelpen met zoveel kinderen in huis. Jan Cloudt was in oktober 1840 in eerste huwelijk getrouwd met Cornelia Musers (1815-1848) uit Herkenbosch. Negen jaar later hertrouwde hij in mei 1849 met Mechteld Janssen uit het Reutje, een nicht van zijn eerste vrouw.

Zijn zus Cornelia Cloudt was in april 1842 getrouwd met Theodoor Muysers, een broer van Cornelia. Beide gezinnen deelden het huis tot 1859. Sindsdien stonden huis en hof enkel op naam van Jan Cloudt. Hij was ondertussen in mei 1849 hertrouwd met een nicht van zijn overleden vrouw, te weten Mechteld Janssen (1825-1916). Dertien jaar later vekocht hij de boerenwoning. De nieuwe eigenaar liet het huis kort daarop afbreken.

Hendrik van der Vorst (1858-1931) trouwde in januari 1880 met Anna Maria Cloudt (1849-1941). huis, schuur, stal en akker, samen 8 are groot, werden in 1947 verkocht aan Arnold Janssen, grondwerker. In 1960 verkocht aan Hendrik Beulen, monteur te Roermond. Nog datzelfde jaar doorverkocht aan George Schmitz. Drie jaar later aan Gerard Thijssen, granietwerker. Een jaar later aan Marie Driessen. In 1966 aan Willem Jacob Daemen, bode op het stadhuis te Roermond. Drie jaar later werd dit huis op Roskam nr. 4 verkocht aan NN. (p.1642, huis, erf en akker, groot 8 are). Die had op de Roskam ook het huis met erf verworven via erfenis op de Roskam (p.1641, groot 3.20 are.) en de akker ernaast (p.1643, groot 6 are).
Willem Daemen, bode, had ook huis en tuin (p.1683, 7.60 are) van zijn ouders, is Roskam nr.8.

b. dochter Cornelia

d. zoon Willem
Willem Cloudt (1827-1897) trouwde in november 1854 met Agnes van der Krabben (1833-na 1902). De jonge vrouw was geboortig van Heythuysen als dochter van Theodoor en van Mechteld Schreurs. Tussen 1855 en 1869 werden aan de Roskam hun zes kinderen geboren, waaronder een tweeling. Willem verdiende de kost als dagloner. Dat wil zeggen, dat hij voornamelijk werk van anderen aannam.

Op de akker achter het ouderlijk huis werden in 1875 twee nieuwe woningen gebouwd. In juli 1902 werd onder de erfgenamen Cloudt opnieuw een regeling getroffen. Grondruil vond plaats om de huizen groter te kunnen uitbouwen. Alleen Helena de jongste woonde toen nog bij haar moeder thuis. De jonge vrouw was in 1896 getrouwd met Peter Daemen, wiens ouders al geruime tijd op de Roskammerheide woonden. Haar broers en zus waren toen al naar elders vertrokken, om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Dat was voornamelijk in Obercruchten.
Peter Daemen kocht voor 150 gulden huis en hof, samen 8. 25 are groot.

Peter Daemen (1868-1955) was een zoon van Hendrik Daemen en Marie Reynders. Peter trouwde in oktober 1896 Helena Cloudt (1869-1967). Het huis, dat zijn ouders hadden gekocht van de erven Cloudt, was op zijn broer Theo overgegaan. Omstreeks 1900, waarschijnlijk kort daarvoor kocht het echtpaar van de erven op de Roskam het nieuwgebouwde huis; met de tuin 7.60 are groot. De wijzigingen werden door het kadaster meestal een, danwel twee jaar na dato ingeschreven. Alleen bij verkoop kan de juiste datum via de notaris achterhaald worden. Bij stichting of verbouwing van een huis zijn de jaartallen minder nauwkeurig.

In juli 1902 gingen de erven Cloudt ertoe over een einde te maken aan het gemeenschappelijke bezit van de drie huizen en het aangrenzende akkerland. Van een openbare veiling werd een hogere prijs verwacht. De opbrengst bedroeg voor alles bij elkaar 581 gulden.

Peter Daemen en Hendrik van der Vorst kochten toen een huis met tuin, samen 15.55 are groot. Kort daarop deelden beide huisvaders de aankoop. Peter behield het huis met erf, 3.20 are, en de halve akker. Nu had het echtpaar Daemen weliswaar twee huizen naast elkaar, maar nauwelijks eigen land om te bewerken.

Voor de akkerwinning had Peter derhalve 120 are land gepacht. Hij hield er een koe en twee varkens op na. Verder werden 8 kippen bij hem geteld. Dit alles volgens de opgave uit 1910. Het nieuw gekochte huis werd zo’n vijf jaar later afgebroken en vervolgens nieuw en groter opgebouwd. Een andere bron spreekt enkel van aanbouw. Verder worden geen veranderingen meer vermeld.

Het gezin Daemen woonde aan de Roskam nr. 4. Peter Daemen stond volop in het openbare leven. Zo was hij acht jaar lang lid van de gemeenteraad en tevens wethouder. Hij was meer dan twintig jaar lid van de voormalige burgerwacht en schutterij “St. Wiro”. We kennen hem als mede-oprichter en tijdelijk voorzitter van de fanfare in het Reutje. Op zijn oude dag deed hij het wat rustiger aan. (Foto van Peerke Daemen, ingezonden door kleinzoon Wiel Daemen, Roskam.)

Na zijn overlijden in mei 1955 ging het ouderlijke huis met de akker over op zijn zoon Theo Daemen (1899-1968), in tweede huwelijk getrouwd met Marie van Ratingen. Als diens erfgenamen werden genoemd de zoons Willem en Louis. Ondertussen had de weduwe Daemen ook het ander huis gekocht.

. . .............
....Gouden huwelijk Daemen-Cloudt (Foto Jack Hoks, Reutje.).....................................Familie Daemen aan de Roskammerheide. (Foto Wim Lowis, Heel.)....
.... Tussen het gouden paar: Mia Eykelenberg met Leike Eykelenberg op de arm; vooraan v.l.n.r.: Mia en Jes Hoks, Elly Daemen en Toos Hoks.
...
..Klik hier voor link naar groepsfoto gouden bruiloft onderaan pagina. (uit foto-album Jos Bonné, Reutje.)
   



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 





















Het huis van Wiro Cloudt 
Wiro Cloudt woonde met zijn vrouw in hun huisje aan de Aerwinkelsweg. Begin november 1855 stierf Marie Linssen. Kort daarvoor had Wiro op de Roskammerheide een tweede huis gebouwd, terwijl hij de grond daarachter verkocht aan Lambert Stoks. Het is niet duidelijk wat de man eigenlijk van plan was. Zijn vrouw had hem het oude huis immers per testament nagelaten.

In maart 1856 hetrouwde Wiro met de weduwe Geerlings en kort daarop ging het echtpaar dan ook wonen in haar huis in het dorp. In 1863 verkocht Wiro Cloudt het huisje op de heide aan het echtpaar Wackers en twee jaar later het ander huis aan zijn stiefzoon Hendrik Geerlings.

Leon Wackers (1808-1865) was in november 1841 getrouwd met Margaretha Linssen (1805-1874), een nicht van Marie. Zijn vrouw was voorheen weduwe van Willem Ysbruggers, van wie zij drie kinderen had, en van Willem Peters. De overdracht van het huisje op de heide werd omschreven als een ruiling. Mogelijk had de vrouw van Wackers nog oude rechten in andere goederen uit familiebezit. Na het overlijden van haar man, bleef Margreet Linssen alleen achter in haar huis. Spoedig daarop heeft zij de woning onderverhuurd aan het gezin Geijsers.

Na het overlijden van de gepensioneerde sergeant in april 1871 vertrok de weduwe met haar dochtertje naar hun geboorteplaats Delft. Eerst liet zij nog (een deel van) de huisraad veilen. Veel was het niet, maar we kunnen er toch uit opmaken, dat het kleine huis op de heide heeft volgehangen met schilderijen. Liefst zestien doeken werden verkocht. Of waren het slechts prenten, gezien de lage prijs die ervoor geboden werd?

Het is niet duidelijk of de weduwe Wackers er zelf ook nog was blijven wonen, dan wel bij anderen was ingetrokken. Het sterfhuis van Margreet Linssen is niet bekend. De vrouw stierf in maart 1874.

Haar erfgenamen zijn dan de zoons Arnold en Jan Eysbruggers en de dochter Elisabeth Wackers. Jan werkte toen als dagloner in Suchtelen, terwijl zijn halfzus voorheen naar Echt was verhuisd. Huis en hof -5.55 are groot- gingen uiteindelijk over op Arnold Ysbruggers (1832-1879).

Deze was in november 1860 getrouwd met Isabella Ridderbeek, de weduwe Stevens. Aanvankelijk woonde het echtpaar Ysbruggers in een van de huurhuizen tegenover Linssenhof. Daar werd vijf jaar later de kleine Margaretha geboren. Naderhand verhuisde het gezin terug naar de Roskammerheide.

Arnold had verder geen ander land van zijn eigen. In oktober 1880 liet Isabel Ridderbeks de inboedel veilen en vertrok met haar dochter naar Roosteren. De verkoop had 160 gulden opgebracht. Inderdaad had zij enkele stukken land gepacht, waarop zij aardappelen, spurie en raspkroet en een weinig koren teelde. De koe bracht 59 gulden op.

Kort daarop hertrouwde de weduwe Eysbruggers met Cornelis Reynen, schoenmaker te Roosteren. In december 1880 verkocht het echtpaar aan de meestbiedende huis en tuin aan de veldweg. Na verscheidene opbiedingen ging de boerenwoning voor 130 gulden over op Christiaan Cloudt. Het bieden had hij overgelaten aan Frans Vosdellen, schoenmaker in het dorp.

Voordat Christiaan Cloudt in 1864 in Posterholt als knecht ging werken, heeft hij nog enkele jaren bij het gezin van zijn oom Willem Fieten ingewoond. Christiaan trouwde in januari 1870 met Marie Clout (1845-1891). De vrouw stierf kort na de geboorte van haar elfde kind in februari 1891.

Kort daarop was Christiaan (1845-1919) alweer hertrouwd en woonde hij met zijn kinderen aan het Gebroek in de gemeente Melick. Dat is dichtbij de Kapel in ’t Zand. Zijn bezittingen waren gering: huis en tuin werden geschat op 60 à 70 gulden en het roerend goed op 25 gulden.

Zoon Jan was eerder al naar Maasniel vertrokken en Hubert werkte in Linne. De overige zeven kinderen waren met hun vader meegegaan. Wie er toen op de Roskammerheide is gaan wonen, is niet bekend. De bevolkingsregisters uit die jaren werden maar matig bijgehouden. De verhuizing naar het Gebroek staat er niet eens in vermeld. Rond 1900 was Christiaan alweer thuis.

Alleen zoon Willem woonde toen nog bij hem in. De overige kinderen waren allen uithuizig. Jan en Mechteld stierven nog voordat hun vader in mei 1919 overleed. Bleven nog zeven kinderen. De meesten woonden toen alweer geruime tijd over de grens met name in Neumark. Hubert en Willem Cloudt waren in Melick gaan boeren.

Huis en hof gingen over op hun broer Leonard Cloudt (1877-1969). Hij trouwde in oktober 1920 met Petronella van Montfort (1883-1940) uit Melick. Na het overlijden van zijn vader kwam hij met zijn vrouw en zoontje op de Roskammerheide wonen. Hier werden nog vier kinderen geboren.

Heidestraat 6?
Lambert Stoks (1825-1892) had de akker op de Roskammerheide -19 are groot- in oktober 1854 gekocht voor 30 gulden. Vier jaar later bouwde hij hier zijn huis aan de Heidestraat; huis en erf 1.20 are groot. Tot dien woonde hij nog in het ouderlijk huis naast Linssenhof. Met zijn zwager was hij overeengekomen, dat deze de woning in het Reutje zou overnemen.

Lambert was in januari 1853 getrouwd met Johanna Dietzenbacher (1826-1867). De jonge vrouw was een dochter van Godfried Dietzenbacher, tijdens zijn leven boswachter in het Reutje. Van de twee kinderen overleefde alleen dochter Ida haar ouders.

Lambert hertrouwde met Anna Maria Tits. De vrouw bracht haar buitenechtelijk kind mee in het huwelijk. Hubert Tits (1852-na 1892) werd door zijn stiefvader als kind erkend. De jongen ging op 17-jarige leeftijd in het Belgische Eelen werken. Daar verdiende hij naderhand de kost als tuinier. Dit vak heeft hij van zijn stiefvader geleerd. Behalve als dagloner heeft Lambert Stoks meer nog als tuinier de kost verdiend. Naast een uitgebreide bijenkweek hield hij zich tevens bezig met de fruitteelt.

Na het overlijden van Lambert in februari 1892 werd de hele nalatenschap -bestaande uit huis en hof en de huisraad, zoals de kast, kist en het beddegoed- geschat op een waarde van 400 gulden. De huisvader was daarin nog maar voor een kwart berechtigd. De goederen stonden toen al voor de helft op naam van zijn dochter als erfgename van Johanna Dietzenbacher.

In maart liet de weduwe Stoks met behulp van haar schoonzoon het akkergerei veilen. De kar met ploeg, klingen en zadel werden voor 30 gulden verkocht. De aardappelen, gromet en kaf brachten tesamen 33 gulden op. Zo’n 20 korven met bijen gingen samen met de honington voor een totaal van 22 gulden van de hand. En het fruit van de 80 ooftbomen leverde bij elkaar nog eens 35 gulden op.

Maria Ida Stoks (1853-1927) was in oktober 1880 getrouwd met Herman Gijsbers (1855-1916), zoon van Stoffel Gijsberts en Mechteld Meyers. Volgens het bevolkingsregister woonden zijn ouders in 1855 nog als onderhuurders op de Roskam, alvorens zij in het huis van de erven Linssen aan de Aerwinkelsweg gingen wonen. Herman trok bij zijn vrouw in huis. Hier op de Roskammerheide werden hun zeven kinderen geboren.

Herman had naast huis en hof van zijn schoonouders nog meer goederen verworven. Dat was vooreerst een akker op het Reutjesveld. In 1881 van Willem Fieten de vervallen huisplaats in het Reutje. Daar plaatste hij in 1906 een stal. In 1881 had hij eveneens een stuk akker en wei in het Reutjesbroek gekocht. Van Willem Muizers kocht hij in 1903 twee stukken land aan huis (samen 22.70 are groot). De grond voegde hij samen.

Enkele jaren liet hij zijn boerderij aan de Heidestraat uitbreiden, o.a. met een stal en berging. Verder kocht hij van de weduwe Smeets een akker en een perceel dennen op de heide. Tenslotte voegde hij hiertoe nog een stuk hakhout in het broek. Zijn grondbezit kwam daarbij uit op 108 are, alles inbegrepen. Aan akkerland had hij enkel 45 are. Daartoe had Herman nog zo’n 120 are land in pacht. In 1910 werden bij hem twee koeien en varkens geteld en 15 kippen. De veestapel zou kort daarop nog worden uitgebreid.

Toen Herman Gijsbers in april 1916 was gestorven, werden huis, tuin, stal, akkers, wei, hakhout en dennenbos “in gemoed geschat” op f.1410. Voor de akkerwinning had hij een paard (f.400) en vijf stuks rundvee (f.750). Het akkergereedschap, de veldvruchten en huismeubels werden in totaal nog eens beraamd op ruim duizend gulden.

Kinderen Gijsbers*
- Mechteld Gijsbers (1881-1962), de oudste, ging na haar schooltijd op 13-jarige leeftijd in Elmpt werken als dienstmeid. Twee jaar later vond zij werk in Arsbeck. Naderhand trouwde zij in juni 1912 met Christiaan Evers (1880-1970).
- Haar zus Anna Maria Gijsbers vertrok als jonge meid naar Haaren. Jaren later keerde zij in oktober 1908 weer thuis. Niet voor lang overigens. Weer terug na jarenlange afwezigheid trouwde Anna Maria Gijsbers (1883-na 1940) in mei 1918 met Peter Smeets (1883-1938), zoon van Hendrik Smeets en Heleen Cuypers, akkerlieden. Peter nam het huis van zijn ouders over. Het gezin Smeets woonde aan het begin van de Aerwinkelsweg in het Reutje.
- Gertrudis Gijsbers heeft in meer plaatsen gewerkt, maar telkens voor korte tijd. Soms keerde zij na enkele maanden alweer terug naar huis. Geregeld vertrok zij met bestemming Dulken. Zo ook in september 1907. Als we goed zijn ingelicht voor de duur van twaalf jaar. Daar werkte ze nog als dienstmeid toen haar vader stierf. Ook haar zus Louisa werkte daar toen. In november 1919 vertrok Gertrudis, nadat ze enkele weken thuis tot rust was gekomen, naar Roermond.
- Willem Gijsbers (1891-1975) woonde nog thuis toen hij als jongeman de kost verdiende als klompenmaker. In maart 1913 vertrok ook hij naar Dulken. Een jaar later was hij weer thuis. In augustus 1921 trouwde hij met Tiel Dijks (1895-1990) uit Linne. Het echtpaar zakte af naar Sittard. Daar werkte Willem bij de spoorwegen. In zijn vrije tijd spande hij zich in als “mede-bezieler” van de “Wielewalen”. In 1971 keerde Willem met zijn vrouw terug naar zijn geboorteplaats. Het echtpaar ging toen in het bejaardenhuis “St. Petrusberg” wonen. Willem stierf een kleine vier jaar later in januari 1975 in het ziekenhuis in Roermond, maar werd in Sint-Odiliënberg begraven.
- Ook Louisa Gijsbers (1894-1966) ging al vrij jong op 14-jarige leeftijd elders in dienst. Eerst was dat nog in Vlodrop. Naderhand in Dulken, waar zij twee jaar heeft gewerkt. Nadat zij enige tijd in Roermond was geweest, vertrok de vrouw in september 1922 naar Posterholt, alwaar zij trouwde met Peter Wolters.
- Dina Gijsbers (1898-1933), de jongste van zeven kinderen, vertrok in oktober 1920 met haar zus Louisa voor werk naar Roermond. Daarna is zij nog in Posterholt en Heel in dienst geweest. Naderhand trouwde zij met Jan Cuypers. Het echtpaar woonde in Posterholt. Daar stierf de vrouw onverwacht in mei 1933.
- Maria Ida Stoks stierf eind november 1927 te Echt. Waarom zij daar verbleef, is niet bekend. Huis en hof op de Roskammerheide gingen over op haar zoon Hubert (1885-1947). Hij trouwde in oktober 1920 met Anna Catharina Theunissen (1882-19--). Het echtpaar kreeg drie zoons.

(Mogelijk wordt de naam Gijsbers anders geschreven: Giesbers enz.)


Bovenste rij vlnr: Pierre Hoks, Lies Bonné, Lena Hoks, Sjaak Bonné, Leen Eykelenberg, Pierre Bonné, Fien Bonné, Pierre Eykelenberg, Funs Bonné.
Tweede rij vlnr: Jes Eykelenberg, Wiel Bonné, Trui Daemen-Eykelenberg, Marie Daemen-Overhof, Mia Eykelenberg met Leike, Bair Bonné, Keub Bonné, Sjaak Hoks, Harrie Eykelenberg, Sef Bonné.
Zittend vlnr: Wiel Daemen, Dorus Daemen, Peerke Daemen, Helena Cloudt, Nes Bonné-Daemen, Marie Hoks-Daemen met Jack, Dina Eykelenberg-Daemen met Ellie, voor Dina staat Bert Eykelenberg.
De kinderen vlnr (staand) Lei Bonné, Har Bonné, Mia Bonné, (zittend) Jan Bonné, Lenie Daemen, Mia Hoks, Jessie Hoks, Ellie Daemen, Toos Hoks, Greet Eykelenberg. Rechts staand vlnr: Jan Eykelenberg, achter hem Jan Hoks, Sjaak Eykelenberg, Stien Bonné.

BTW(Gegevens: Jack Hoks, Reutje.) OZB